Aanpak laaggeletterdheid in de Oosterschelderegio

De gemeenten in de Oosterschelderegio zetten zich in op het gebied van aanpak laaggeletterdheid. Zo zijn er Taal(huis)netwerken gevormd op Schouwen-Duiveland, Tholen en de Bevelandse gemeenten.

Een Taalhuis is een netwerkaanpak, waarbij diverse organisaties zich verbinden om zich in te zetten voor de aanpak van laaggeletterdheid. De netwerkpartners zijn bijvoorbeeld vindplaatsen. Hier worden medewerkers getraind in het herkennen van laaggeletterdheid.
Andere netwerkpartners bieden bijvoorbeeld taaltrajecten of –activiteiten. Een Taal(huis)netwerk draagt zorg voor het toeleiden van laaggeletterden naar een goed passend taalaanbod. Dit kan een informeel aanbod zijn met een vrijwilliger maar ook een formeel aanbod dat opleid tot een erkend certificaat.
 

Kernpartners in de Taal(huis)netwerken zijn Bibliotheek Oosterschelde en Scalda. Bibliotheek Oosterschelde biedt in Goes en Zierikzee plaats aan het fysieke Taalhuis-loket. Daarnaast zijn ze aanbieder van diverse informele taaltrajecten, ontmoetingsactiviteiten en verzorgen zij een aantal digitale cursussen. Scalda is niet alleen als inhoudelijk deskundige actief binnen de Taalhuizen, maar is tevens aanbieder van formele taaltrajecten in de regio.   
 

Naast de kernpartners zijn er nog tal van ander organisaties verbonden aan de Taal(huis)netwerken. O.a. SMWO, GR de Bevelanden, de Zuidhoek, Leger des Heils, Anna Zorgt en Gilde de Bevelanden zetten zich in voor de aanpak laaggeletterdheid. 

Laaggeletterden zijn mensen die de Nederlandse taal niet goed beheersen, waardoor ze zich niet voldoende in de maatschappij kunnen redden. Hierdoor worden zij belemmerd in hun dagelijks functioneren. Uit onderzoek blijkt dat laaggeletterden minder gezond zijn, vaker een uitkering hebben en minder zelfredzaam zijn.

 

 

 

Meer informatie: Ciska Cornelis