Interview met deelnemers Jeugdbeschermingstafel

‘We praten zoveel mogelijk met de ouders erbij’

 

Sinds juni 2015 is er voor de zeven Oosterscheldegemeenten een structureel overleg over kinderen over wie ernstige zorgen zijn en die meer hulp nodig hebben dan ze geboden krijgen. Als de mogelijkheden van ouders, het netwerk en (vrijwillige) professionele hulpverlening ontoereikend zijn om de situatie te verbeteren, wordt bij deze Jeugdbeschermingstafel besproken of de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld moet worden. Twee deelnemers vertellen over het hoe en waarom.

 

Addie van de Velde is medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming. Zij is vast deelnemer van de Jeugdbeschermingstafel Oosterschelderegio, zoals een vertegenwoordiger van Veilig Thuis dat ook is. Per zitting worden zij aangevuld met een bij de casus betrokken hulpverlener en iemand van de gemeente, die de casus inbrengt en de regie heeft. Anieck Hoogesteger, procescoördinator bij het CJG van de gemeenten Goes en Noord-Beveland, heeft namens haar gemeenten die functie bij de Jeugdbeschermingstafel.

 

Raadsonderzoek

Aan de Jeugdbeschermingstafel komen casussen aan de orde, waarin vaak verschillende problemen zijn, de risico’s voor het kind als hoog worden ingeschat en een passende oplossing niet gerealiseerd kan worden. “Ouders hebben vaak het beste met hun kind voor. Maar als hulpverleners rondom een kind er bijvoorbeeld van overtuigd zijn dat het kind psychische hulp nodig heeft en ouders denken daar anders over en geven geen toestemming, dan houdt het op,” geeft Anieck een praktijkvoorbeeld. De Jeugdbeschermingstafel is de juiste plek om dergelijke casussen te bespreken. De uitkomst kan zijn dat de Raad voor de Kinderbescherming verzocht wordt een onderzoek te doen. Dit raadsonderzoek kan uiteindelijk leiden tot een uitspraak van de kinderrechter tot een ondertoezichtstelling, waarbij er gedwongen hulpverlening komt.

 

Transparantie

De Jeugdbeschermingstafel is een landelijk fenomeen en is ontwikkeld nadat per 2015 de gemeenten verantwoordelijk werden voor alle jeugdhulp. De Jeugdbeschermingstafel Oosterschelderegio is in juni 2015 in pilotvorm begonnen en in januari 2016 gecontinueerd in structurele vorm. Uitgangspunt is dat de casussen zoveel mogelijk op de gemeentelijke locatie met ouder(s) en/of jongere(n) wordt besproken. 

“We streven naar transparantie en proberen zoveel mogelijk te praten mèt - en niet óver - de betrokkenen. Het is voor de besluitvorming natuurlijk goed om de visie van de ouders te horen, want zij zijn de eerst verantwoordelijken voor het veilig en gezond opgroeien van hun kinderen”. Na de besluitvorming wordt een casus verder behandeld door de Raad voor de Kinderbescherming  of - wanneer niet tot een raadsonderzoek wordt besloten - weer opgepakt door de vrijwillige hulpverlening onder regie van de gemeente. Het kan ook zijn dat de casus verder wordt behandeld door Veilig Thuis.

 

Allergrootste zorgvuldigheid

Ook al is het kind er vaak niet bij, tijdens de jeugdbeschermingstafel staat het kind in alle opzichten centraal. De problemen die het kind ondervindt, kunnen van allerlei aard en oorsprong zijn: huiselijk geweld, seksueel grensoverschrijdend gedrag, ouder(s) met verslavingsproblematiek, pedagogische onmacht, onvoldoende hygiëne en een (vecht)scheiding van de ouders. Anieck: “De zeven gemeenten besluiten afzonderlijk wanneer een casus wordt ingebracht bij de tafel. Ook Veilig Thuis en hulpverlenende instellingen kunnen casussen inbrengen. Dan zou je zeggen dat de ene gemeente of instantie eerder daartoe besluit dan de andere. Maar het valt mij op dat we allemaal op één lijn zitten. We hebben ook onderling contact met elkaar; we leren van elkaars casussen en wisselen ervaringen uit. Door de veranderde wetgeving wordt nu in de samenwerking meer maatwerk geleverd.” Addie benadrukt dat dit niet wegneemt dat het voor gemeenten, Veilig Thuis of een instantie zoals Intervence toch vaak een hele stap is om een verzoek tot onderzoek aan de tafel in te brengen: “Vaak is er al veel en vanuit verschillende hoeken geprobeerd. Een casus inbrengen vergt een zorgvuldige voorbereiding. De informatie over de situatie van het kind vormt de basis voor een besluit dat zwaarwegend is. Het gaat om het kind, zijn veiligheid en ontwikkeling, en om zijn relatie met de ouders – dat vraagt de allergrootste zorgvuldigheid.”